

Dans was in adellijke en rijke burgermansfamilies in vroeger eeuwen een alomtegenwoordig element, zowel in de opvoeding als in het dagelijks leven.
Kinderen leerden van jongs af aan dansen zoals ze ook lezen en schrijven leerden en voor volwassen vrouwen was dans de enige vorm van fysieke inspanning die hen was toegestaan.
De vroegst bekende geschriften over dans dateren uit de 2e helft van de 15e eeuw. De inhoud van de dansboeken varieert van redelijk gedetailleerde hoofdstukken over stijl, de gebruikte passen, beschrijvingen van diverse dansen plus de daarbij horende muziek, tot min of meer obscure aanduidingen van dansfiguren met nergens beschreven passen en zonder enige notatie van de muziek.
De ons bekende dansen zijn voornamelijk afkomstig uit Italiaanse en Franse bronnen. Nederlandse bronnen zijn er pas vanaf de tweede helft van de 18e eeuw in de vorm van bundeltjes met de dan al lang zeer populaire contredances.